MRI
Het is weer zover. De zoveelste MRI staat op het programma. De allereerste keer, nog voordat ik wist dat ik MS had, stond ik te bibberen van angst. ‘Wat als ik claustrofobisch ben en hoe is het geluid? Wat staat me te wachten? Wat komt eruit?’ Maar dat lijkt al een eeuwigheid geleden. Nu sta ik in het kleedhokje mijn bh uit te doen. Ik heb van tevoren al een joggingbroek aangedaan en warme sokken meegenomen. Als de verpleegkundige me komt ophalen, loop ik met haar mee en vraag standaard om een glaasje water. Het is me een keer overkomen dat ik kriebelhoest kreeg in de MRI, waardoor een serie van acht minuten opnieuw moest. Dat wil je niet. Sindsdien bezweer ik dat met een slokje water.
Ook heb ik een keer meegemaakt dat het ventilatiesysteem niet was aangezet. Dat was een benauwde en warme ervaring. Heel in het begin was er in de MRI’s geen spiegeltje, waardoor ik niet kon zien of de verpleging er nog was. Ook dat ervaarde ik niet als prettig; mijn vertrouwen sloeg dan wel eens op hol.
Maar deze middag loop ik als doorgewinterde ervaringsdeskundige in alle rust naar de MRI. Ik ga liggen en de oordopjes worden me aangereikt. Dit was in het begin ook niet zo. Dan kreeg je alleen de koptelefoon op, waardoor het kabaal je toch liet stuiteren in de MRI. De koptelefoon wordt over de oordopjes heen gedaan. Ze vragen me naar muziek. Vijftien jaar geleden en een lange tijd daarna vroegen ze dat ook, maar de muziek kwam eigenlijk nooit boven het kabaal uit. Dat maakt dat ik al heel lang zeg: ‘Het maakt me niet uit, doe maar wat.’
De kap wordt over mijn hoofd gedaan en het lijkt ook alsof de lade waarmee je in de scan wordt geschoven zachter en warmer is. Mijn rug vlijt zich heerlijk op de lade en met mijn ogen dicht laat ik me vol vertrouwen de MRI in schuiven.
Al die keren ervoor hield ik mijn ogen stijf dicht. Maar misschien komt het door het zachte bedje, of door het vertrouwen dat ik inmiddels na al die keren heb opgebouwd. Of zou het komen door een jaar meditatietraining? Ik waag het erop en ben nieuwsgierig naar wat zich boven mijn hoofd afspeelt. Hoe groot is die ruimte eigenlijk?
Als ik mijn ogen opendoe, weet ik echt niet wat ik zie. Ik staar naar de meest prachtige beelden van landschappen. Het lijkt alsof ik in een andere wereld ben. De muziek hoor ik, ondanks het harde geluid. Ik blijf staren en raak in een trance van ontspannen geluk. Het lijkt wel alsof ik zelf door een poort ga en uitkom in een bijzonder landschap.
Ik word opgeschrikt door een stem die zegt: “Gaat het nog?”
Gaat het nog?! denk ik. Bijna wil ik roepen: “Het is hier fantastisch!” Maar dat zou wat al te overdreven zijn. Dus ik zeg: “Ja hoor.”
“Dan komt nu het contrast,” zegt de stem.
Ik voel de contrastvloeistof in mijn lichaam stromen en visualiseer dat het gouden vlammen zijn die mij verwarmen. Ik doe mijn ogen dicht, zie mezelf door een poort lopen met een gouden jurkje aan en bedenk dat ik wel heel erg van sprookjes houd.
En dan... dan is het ineens voorbij. Ik word bevrijd. Zodra ik opsta, kan ik het niet laten om te zeggen dat het deze keer een heel aangename ervaring was. Volgende keer? Dan doe ik mijn ogen weer open en laat ik me meevoeren door de mooie natuurbeelden.
Achter elk verhaal zit een ander verhaal
Woorden kunnen troost bieden, herkenning brengen en verbinden. Naast het lezen van mijn columns nodig ik je van harte uit om een reactie achter te laten of jouw eigen ervaringen te delen.
Ontdek ook mijn debuutroman
Naast columns verschijnt in oktober mijn eerste boek: De discipel in de zandbak. Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.
Reactie plaatsen
Reacties