Ode aan de rollater
Het is een mooie dag. Er is energie genoeg om na een lange tijd weer eens naar mijn tante te gaan. Tante is de tachtig net gepasseerd en kwakkelt met haar gezondheid. Als ik binnenkom, ligt ze te dutten in haar stoel. "Het gaat de laatste tijd niet..." verzucht ze.
Buiten is het prachtig weer. De zon piept door de bomen die haar huis omringen. "Kom je nog wel buiten?" vraag ik. Ik zie een gloednieuwe rollator bij de deur staan. "Och kind, hoe moet ik dat doen?" "Met de rollator natuurlijk!" "Ik ga niet met een rollator naar buiten. Dan ziet iedereen mij en dan kijkt iedereen naar mij."
Totaal verbijsterd kijk ik haar aan. Blijkbaar is ze vergeten dat ik wel eens met mijn rollator bij haar ben geweest. En ja, ik weet nog goed de allereerste keer dat ik me na een schub moest voortbewegen met zo'n ding. Ik wilde dat echt niet. Maar daar was mijn fysiotherapeut het gelukkig niet mee eens. Ik hoor hem nog zeggen: "Wil je weer naar buiten kunnen? En wil je weer wat mobieler worden? Dan zul je nu met me mee moeten. En ja, dat gaan we doen met een rollator. Je hebt steun en je kunt gaan zitten als je moe wordt." We gingen de deur uit, er was geen ontkomen aan. Ik was geen tachtig, maar veertig. Daar liep ik, wat onwennig op de stoep, en begreep voor het eerst van mijn leven wat de uitdrukking valse schaamte betekende. Honderd meter verder kreeg ik een glimlach op mijn gezicht. Niemand keek, en als er al iemand passeerde, was het niet anders dan zonder rollator.
Het was het begin van een terugkerend fenomeen. Na iedere schub was er de rolstoel. Dan ging ik van de rolstoel naar de rollator en stiefelde ik buiten om het lopen weer te activeren. Van de rollator naar de krukken, en van de krukken naar de wandelstok. En godzijdank is het me nog iedere keer gelukt om weer te kunnen lopen.
Ik loop naar haar rollator en ga erachter staan. "Maar tante, dit is een geweldig ding! Dit kan u een groot deel levenskwaliteit teruggeven. Wilt u nog naar buiten?" Ze zucht diep en kijkt verlangend naar buiten. "Kom op, we gaan." Ik pak resoluut de rollator en zet hem voor haar neer. Ik open de deur en er waait een heerlijk frisse wind naar binnen. Ze heeft eigenlijk geen keus meer. Ze staat op en we lopen samen naar buiten. Ietwat angstig kijkt ze om zich heen. "Ja, je bent een heel lui mens, dat ziet nu iedereen," grap ik. Ze moet lachen en gaat nog mooier rechtop lopen achter haar gloednieuwe rollator. De glimlach verdwijnt niet meer. "Nu kan ik weer eens een boodschapje doen!" verkondigt ze enthousiast.
We lopen een blokje om en ze brengt me naar mijn auto. Als ik even omkijk, zie ik een prachtige oude vrouw staan, haar hoofd in de wind. Er tovert zomaar een vrolijke lach op mijn gezicht die niet meer weg wil gaan. De volgende keer recht ik wederom mijn rug en loop ik vol gratie, met de MajeSteit in mijn kielzog, achter de rollator
Achter elk verhaal zit een ander verhaal
Woorden kunnen troost bieden, herkenning brengen en verbinden. Naast het lezen van mijn columns nodig ik je van harte uit om een reactie achter te laten of jouw eigen ervaringen te delen.
Ontdek ook mijn debuutroman
Naast columns verschijnt in oktober mijn eerste boek: De discipel in de zandbak. Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.
Reactie plaatsen
Reacties