De tijd
Als je me vijftien jaar geleden had verteld dat ik ooit nog eens columns voor het regionieuws van de MS-vereniging zou gaan schrijven, dan had ik je waarschijnlijk meewarig aangekeken en gedacht: daar heb je er weer zo één die denkt helderziend te zijn.
Hoewel ik toen ook al van die — zoals artsen het noemden — aspecifieke klachten had. In 2005 kreeg ik voor het eerst uitval aan mijn linkerbeen. Een hernia, dachten ze, maar dat was het niet. ‘Waarschijnlijk heeft u te veel stress, mevrouw,’ was toen de conclusie. Maar in 2008 kreeg ik na heftige zenuwpijn volledige linkszijdige uitval, waarbij ook de linkerkant van mijn gezicht verlamde. Misschien toch geen stress, maar de ziekte van Lyme? Zekerheidshalve legden de artsen mij een maand aan het antibiotica-infuus.
Ik wilde niet ziek zijn. Ik moest van mezelf weer zo snel mogelijk terug naar mijn werk als dramadocente en er volledig voor mijn gezin zijn. De tijd besliste anders. De tijd bracht me twee jaar later weer — weten we nu — een schub! Op twintig januari 2011 kreeg ik de diagnose MS. Er was ontreddering, verbijstering en ongeloof. Ik keek op de klok en zag dat het twintig voor elf was. ‘Nu begint een totaal ander leven,’ dacht ik. Ik bleef maar naar die klok staren, wellicht zou de tijd verspringen. Kon ik de tijd maar terugzetten en de diagnose laten voor wat hij was.
De eerste jaren sloeg het MonSter ongenadig toe. Hoewel ik zo graag wilde blijven werken, moest ik het na vier jaar opgeven. ‘Ik kan niet meer,’ was de oneliner die ik naar mijn leidinggevende mailde. En daar stopte mijn carrière als docent.
Met mijn ziel onder de arm heb ik maandenlang voor me uit zitten staren. Maar de tijd liet mij uitrusten en langzaam besefte ik dat ik weer kon genieten van een bezoekje of een uitje, zonder dat ik bezig was met de vraag of ik de dag erop wel mijn verantwoordelijkheid als docente kon nemen. Ik schold MS niet meer uit voor het MonSter, maar ging haar de MajeSteit noemen. Met de MajeSteit heb je rekening te houden, maar dat wil niet zeggen dat je ineens als een bang muisje in een holletje moet kruipen. Voorzichtig ging ik op zoek naar wat ik wél kon en wilde ik me niet meer focussen op wat niet meer ging.
Steeds beter leerde ik te luisteren naar mijn lichaam. Ik begon me te realiseren dat de prikkels van de stad me steeds meer vermoeiden. Eind 2017 waagden mijn man en ik de stap en verhuisden we naar het platteland. En dan neem je weer afscheid! Afscheid van je vertrouwde omgeving, omdat je het vermoeden hebt dat de natuur helend kan werken. Gek genoeg ga je dan juist de mensen missen die je eigenlijk nooit echt hebt gesproken. Simpelweg omdat ze dagelijks voorbij je huis lopen: iedere dag, dezelfde tijd, dezelfde hond, dezelfde jas! Afscheid nemen en weer verder gaan.
Als iemand met MS, die al zo vaak afscheid heeft moeten nemen, moet je dat kunnen, vond ik van mezelf. Maar wat heb ik de eerste maanden een heimwee gehad! Gelukkig had de MajeSteit mij al lang geleerd dat je je tranen maar beter kunt laten stromen. Dat scheelt enorm in je energiebalans. Energie die je zo hard nodig hebt. Opkroppen is niet handig, dat kost bakken met energie. Na een paar weken “heerlijk” te hebben gehuild, merkte ik dat ik me echt beter ging voelen en dreven we zomaar een heerlijke zomer in. Mijn horizon begon zich te verbreden en ik zag dat er een nieuwe columnist werd gezocht. Femke wilde al bezinnend haar stokje overdragen. Nu merkte ik al een tijdje dat schrijven mij een positieve prikkel geeft, dus reageerde ik na een korte eigen bezinning op de oproep.
En dan zit je ineens aan tafel te tikken en mijmer je in deze donkere dagen over de dingen die gaan zoals ze gaan. Een motivatie en een proefcolumn heb je zo de deur uit, maar écht gaan schrijven voor de MS-vereniging is toch wel van een andere orde. Want wat ga je schrijven? Wat wil je je doelgroep meegeven? Ze zeggen wel eens: ‘Leraar: elke dag anders!’ Bij dezen maak ik er ‘MS: elke dag anders’ van. Ik weet dat er meer dan genoeg is om over te schrijven en ik hoop dat ik jullie na deze korte geschiedschrijving kan gaan vermaken met het wel en wee van een MS-patiënt die ook gewoon mens is.
Wat de tijd mij gaat brengen? Geen idee. Ik hoef de tijd niet meer terug te zetten. De tijd hoef niet meer te verspringen. Ik kan alleen maar hopen dat de MajeSteit het komende jaar op haar troon blijft zitten en zich een beetje gedeisd houdt. En dat hoop ik van ganser harte voor iedereen die deze column leest.
Liefs,
Moniek
Achter elk verhaal zit een ander verhaal
Woorden kunnen troost bieden, herkenning brengen en verbinden. Naast het lezen van mijn columns nodig ik je van harte uit om een reactie achter te laten of jouw eigen ervaringen te delen.
Ontdek ook mijn debuutroman
Naast columns verschijnt in oktober mijn eerste boek: De discipel in de zandbak. Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.
Reactie plaatsen
Reacties