De pin en de lach als overleving
Het was in een van mijn eerste weken. Ik dacht het leven te kennen. Het wel te weten. Maar wat ik op die middag leerde, is dat ik helemaal niets weet.
Het is na een les. Een les waarin ik met de leerlingen naar buiten ben geweest. We hadden benoemd wat we tegenkwamen. Immers: het aanschouwen van een boom en deze voelen is anders dan de abstractie op papier. En zo is dat met alles. Het moment dat je een woord gaat invoelen, dat is het moment dat je het gaat onthouden. Het was een gezellige les. Een mooie wandeling met een kleurrijk gezelschap, van wie je voelde dat de veilige, frisse lucht hen goed deed.
Een paar leerlingen blijven hangen. Ze willen nog wat verder praten. Ik vraag aan een meisje dat al redelijk goed Nederlands spreekt waar ze vandaan komt. "Ze komt uit Irak," zegt ze met een lachend gezicht. Haar gezicht is één grote, open lach.
"Ben je hier met je ouders?" "Nee, ik ben hier alleen."
Haar ogen blijven fonkelen. Ik moet om haar lachen. "Het lijkt alsof je het wel leuk vindt om hier te zijn."
Ze haalt haar schouders op. "Ik was met mijn broertje thuis bij oma. Toen gooiden soldaten iets hards naar binnen."
Ze kijkt me aan, maakt een groot gebaar en doet alsof ze een pin uit een granaat trekt. Ze blaast tegen haar denkbeeldige granaat en gooit hem weg. "Echt waar mevrouw, mijn oma dook er bovenop. Ze spatte helemaal uit elkaar."
Ik kijk haar ontzet aan. Er volgt een korte stilte. Hier weet ik niets op te zeggen. Maar zij blijkbaar wel.
"Het is niet zo erg hoor, mevrouw. Ze was al oud. Mijn ouders waren al dood."
Ze glimlacht naar me. Ze wil mij troosten. Ik schud met mijn hoofd. Zojuist heeft er een verschuiving in mij plaatsgevonden. Daar staat een prachtige jonge, vrouw. Eigenlijk nog een meisje, met fonkelende ogen die een immense wilskracht om te leven uit straalt.
Die er als overlevingsmechanisme voor heeft gekozen om anderen aan het lachen te maken. Te troosten.
Deze middag legde ze haar verhaal bij mij neer.
Op de klok zie ik dat het kwart over vier is. Blijkbaar is de stilte langer geweest dan ik dacht. Ik kijk haar diep aan. Zij kijkt mij diep en open aan. Ik spreid mijn armen. Een vluchtige omhelzing.
Als in een zucht vanuit de diepte komen er woorden die ik langzaam uitspreek. "Ik wens je zoveel moois en zoveel goeds. Ik wens dat je ooit je verhaal mag vertellen met de emoties die daarbij horen. Dat je weer heel mag worden. Maar lief meisje, voor nu: gebruik dit wat je nu doet. Dat heb jij nodig. Weet je, er zijn zoveel mensen die woede gebruiken als iets hun overkomt. Doe dat nooit. Weet dat je pijn hebt, dat het een diep trauma is. Maar dat juist jij daarmee ook licht en liefde kunt geven."
Ze knikt. Ze heeft het begrepen.
De week erop is ze weg. Noodgedwongen vertrokken naar een ander AZC.
Achter elk verhaal zit een ander verhaal
Ontdek ook mijn debuutroman
Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.
Reactie plaatsen
Reacties