Over de gans

 

Langzaam buigt onze auto naar links. De lange weg met aan weerskanten bomen lacht ons toe. In de verte schiet een eekhoorn over. We kijken elkaar aan met een stralende glimlach. Mijn man doet het raampje naar beneden en houdt de gele druppel tegen het rode oogje. De slagboom gaat als vanzelf omhoog. Door het open raam horen wij honderden ganzen met een oorverdovend kabaal overkomen.

Hoewel het nog koud is, is het een feest om uit te stappen.

De heerlijke, vertrouwde geur van aarde en bos vult mijn neus. In de lucht zie ik enkele mooi gevormde V’s voorbijvliegen. Het symbool van vrede. Het voelt als een welkom. Het lijkt alsof ze me een heel mooi en vredig seizoen toe-gakken.

‘Wist je dat deze brandganzen de lente aankondigen? Ze vliegen weer naar het Hoge Noorden,’ zegt mijn man terwijl hij de tas met kleren uit de auto tilt. Verheugd kijk ik naar hem. Het is nog ijzig koud en nergens is een stukje blauw in de lucht te bekennen. Snel loop ik naar ons huisje en zet de kachel aan. Met mijn jas nog aan tik ik het woord ganzen in op mijn scherm. Ik val van de ene verbazing in de andere.

Ik lees bijvoorbeeld, dat ganzen het ultieme symbool voor samenwerken zijn? In een V-formatie vliegen is nu eenmaal makkelijker. Door dicht bij elkaar te vliegen, profiteren ganzen van de opstijgende wervelingen van hun voorganger. Dat bespaart wel tot 70% aan energie ten opzichte van alleen vliegen. Tijdens het vliegen gakken de ganzen continu naar elkaar. Dit geluid dient om de voorste gans aan te moedigen de snelheid vast te houden en om de groep bij elkaar te houden. Zo blijven ze verbonden en zorgen ze ervoor dat ze samen hun doel bereiken.

Een gans die buiten de formatie vliegt, merkt meteen de moeite en weerstand van het alleen vliegen en zal zich snel weer bij de groep voegen. Daar wordt hij geholpen om lichter en sneller te vliegen. Ook zijn eigen vleugelslag heeft weer effect op de ganzen achter hem.

Als een gans gewond raakt of achterblijft, zorgen enkele andere ganzen ervoor dat ze hem ondersteunen. Ze laten hem niet alleen en blijven bij hem totdat hij herstelt of overlijdt. Daarna sluiten ze zich weer aan bij de groep, of ze zoeken een andere troep om mee verder te vliegen. En als de voorste gans moe is, laat hij zich afzakken en neemt de volgende vanzelf zijn plek in.

Ik bekijk een filmpje over samenwerkende ganzen en krijg er verwonderde, waterige ogen van.

Het is inmiddels wat warmer geworden in ons huisje. Terwijl ik mijn jas uittrek, vertel ik wat ik zojuist heb geleerd.

Mijn man kijkt naar de nog steeds overtrekkende ganzen en verzucht:

‘Wat kunnen we toch veel van de natuur leren.’

‘Nou en of!’ zeg ik opgetogen. ‘Niet alleen van deze vogels, maar van alles wat leeft. Ganzen zijn het ultieme voorbeeld van hoe samenwerken werkt. Zij laten ons zien dat je, als je iets wilt bereiken, altijd een gezamenlijk doel moet hebben. En ze tonen ons dat we wederzijds afhankelijk zijn van elkaars mogelijkheden en capaciteiten. Deze zomer gaan we weer samen genieten van Buitenlust en zullen we samen ‘gakkend’ in Binnenlust onze taakjes krijgen. En we gaan ons best doen om het bos zoveel mogelijk bos te laten. Ik heb er zin in!’

De laatste V verdwijnt in de verte. Ik zwaai ze gedag.

 

 

Zorg dragen voor moeder aarde

Met menselijke hebzucht en haast snijden we onszelf uiteindelijk in de vingers. In mijn columns voor Buitenlust – en als belangrijke rode draad in mijn boek De discipel in de zandbak – onderzoek ik hoe we weer leren zorgen voor elkaar en voor de wereld om ons heen. Het bos wijst ons de weg terug naar wie wij in wezen zijn. 

Maak jouw eigen website met JouwWeb