Van de rode paprika, de wanten en het willen.
Met een zorgelijk gezicht kijkt hij me aan. ‘Zal ik even helpen?’
Onthutst kijk ik hem aan.
‘Bemoei je eens met je eigen zaken,’ sneer ik hem toe. Kwaad been ik naar de voordeur en klap die net iets te hard dicht. Waar bemoeit hij zich mee? Ik was toch aan het koken? Ik was toch die paprika aan het snijden, en wat kan het hem schelen dat ik die paprika op de grond laat vallen. Dat is toch mijn probleem.
Ik loop te sidderen over het pad en probeer te stampvoeten, maar daarbij moet ik mijn goede been stevig in de grond zetten. Langzaam word ik uit mezelf getrokken en zie een klein opstandig meisje dat wel wil stampvoeten, maar haar voet laat slechts zachte tikjes horen. Het is een komisch en tegelijkertijd snijdend gezicht.
Ik haal eens diep adem. ‘Als ik wil koken, dan wil ik dat helemaal zelf doen,’ jammer ik zachtjes voor me uit.
Ach, hij bedoelt het goed. Hij wil alleen maar helpen. Maar ik wil even helemaal niet geholpen worden. Ik wil mezelf kunnen redden. Vandaag wil ik met heel mijn wezen voor hem koken, omdat wij al dertig jaar lief en leed delen.
Ik weet heus wel dat mijn hand zonder opgave van reden kan uitschieten en dat er eigenlijk, ook al zie je ze niet, dikke wanten omheen zitten. Maar ik kán het wel.
Een Vlaamse gaai krast zijn roep door de bomen. ‘Mag ik met je mee vliegen?’ roep ik hem tegemoet, terwijl er een traan over mijn wangen loopt. Een blauwachtig veertje van de gaai dwarrelt voor mijn voeten.
Wat wil ik graag alles zelf kunnen. Ik wil niet afhankelijk zijn. Ik wil niet dat hij me te hulp schiet als het snijden bagger gaat. Hij bedoelt het goed, fluistert een zachte stem in mijn hoofd. Ik snuif en draai me om richting huis. Mijn reactie was buiten proportie.
Voorzichtig open ik de deur. De rode, glanzende, half gesneden paprika ligt nog op de grond.
‘Waarom heb je die niet opgepakt?’ bijt ik hem toe.
Verbouwereerd kijkt hij me aan. ‘Jij wilde toch alles zelf doen?’
Mijn vingers ontspannen zich en ik loop naar het aanrecht. Ik raap de paprika van de grond en leg deze weer op de snijplank. Zonder iets te zeggen snijd ik er mooie reepjes van. Dan draai ik me om.
‘Sorry voor mijn gedrag van daarnet. Maar zou je mij alsjeblieft volledig mijn gang willen laten gaan als ik wil koken? Want weet je, ik kan het helemaal zelf. Al zal het anders gaan dan bij iemand bij wie beide handen wel goed functioneren. Ik kan het echt.’
Vastberaden kijk ik hem aan.
Dan staat hij op. Hij loopt naar me toe en sluit me in zijn armen.
‘Kun je dan ook toelaten dat ik graag iets voor je doe?’
Duizenden herinneringen passeren de revue. Het loslaten van zoveel dingen die niet meer lukken zoals ik het wil. Een diepe zucht gaat door me heen. ‘Ja, dat kan ik. Maar niet als ik jou wil verrassen met iets lekkers.’
‘Van mijn kant ook sorry,’ fluistert hij.
Hij geeft me een kus op mijn voorhoofd en ik schuif de stukjes in de pan. Mmm, ruikt lekker.
Liefs,
Moniek
Ontdek ook mijn debuutroman
Naast columns verschijnt in oktober mijn eerste boek: De discipel in de zandbak. Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.
Maak jouw eigen website met JouwWeb