Ben ik nu gek?
Ben ik nu gek?
De klas is al min of meer leeggedruppeld. Een paar meiden zitten nog achter in het lokaal. Ik begin alvast met het opstapelen van de stoelen. Een van de meisjes zit stil voor zich uit te staren, terwijl de anderen met brede gebaren naar mij zwaaien. Ik had al gezien dat ze me iets wilden vragen en loop in hun richting, terwijl ik ondertussen nog wat stoelen op de tafels zet.
B zit inmiddels met haar handen voor haar ogen. Een meisje met een rok tot aan haar tenen probeert liefdevol de handen van B weg te trekken.
"Mevrouw, ze schaamt zich," zegt een gracieuze, lange, slanke jongedame uit Ethiopië.
Ik pak er een stoel bij en ga aan de tafel zitten waar drie verschillende culturen zich hebben geschaard om een meisje dat het overduidelijk moeilijk heeft. Ze haalt haar handen niet weg, ondanks de pogingen van haar klasgenoot.
"Ze denkt dat ze gek is," zegt een sprankelend Pools meisje met een ondeugende blik tegen mij.
"B," zeg ik, "kun je me vertellen wat er aan de hand is?"
Langzaam haalt ze haar handen weg. "Ik moet naar een 'spietoloog'. Ben ik nu gek?"
Ik begrijp haar even niet, maar het woord klinkt in de verte als psycholoog. Ik vraag haar voorzichtig of ze een psycholoog bedoelt. Heftig knikt ze van ja. Ik schud langzaam mijn hoofd van links naar rechts.
"Een psycholoog is een dokter die je helpt als je last hebt van erge dingen die je hebt meegemaakt."
Ze kijkt me aan met een mengeling van vreugde en verdriet. Blijkbaar zijn dat de woorden die ze nu nodig heeft.
"Wat maakt dat je denkt dat je gek bent?" vraag ik.
"Mevrouw, ik heb het niet meegemaakt. Ik heb het gezíén. Ik was in Congo onderweg met mijn ouders en langs de kant van de weg lagen allemaal mensen. Sommigen hadden geen hoofd meer. Ik moet er vaak van dromen. En nu zeggen ze dat ik moet praten met een..."
Ze kijkt me aan alsof ze wil zeggen: jij moet het woord afmaken. Het is net iets te lastig als je nog maar kort in Nederland bent.
De andere meiden hebben inmiddels weer een stoel van de tafel gepakt en zitten alle drie stilletjes om haar heen. Ze wachten op mijn antwoord.
De oorlog huilt in mij. Er vliegt een duif voorbij als ik door het raam kijk. Ik voel de machteloosheid van B op mij overslaan. Mensen die elkaar afslachten...
Wat doet dat met je als je, terwijl je erlangs rijdt, zo dicht bij het absolute donker van onze mensheid komt.
Wat een angst. Wat een pijn. Wat een ongeloof. Is het gek dat je dan ’s nachts wakker schrikt uit nachtmerries?
"Lieve B," zeg ik. "Jij bent een van de mooiste en meest liefdevolle mensen die ik ooit in mijn leven ben tegengekomen. Het zou eigenlijk heel erg gek zijn als je daar géén last van zou hebben. Want dat zou betekenen dat je oorlog goedkeurt. En gelukkig is er hoop, door mensen zoals jij en..." — ik kijk de kring rond — "...zoals jouw mooie vriendinnen."
De meiden glimlachen. Ze staan op en omhelzen haar. B wordt omarmd met de liefde van mensen die begrijpen dat oorlog langer nadraagt dan dat ene moment.
Achter elk verhaal zit een ander verhaal
Ontdek ook mijn debuutroman
Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.
Reactie plaatsen
Reacties