Een nieuwe weg

Vorig jaar. Ik zat genoeglijk met een vriendin aan een glaasje wijn, peinzend voor me uit te kijken. Hardop vroeg ik me af of er meer zou zijn dan mezelf alleen maar bezig te houden met: wat als ik dit doe, en wat als ik dat doe? De prijs die je als MS-patiënt altijd moet betalen voor een activiteit — zelfs voor een leuke, zoals een glaasje wijn drinken in een kroeg.

Gertie keek me doordringend aan. Ze liet haar hoofd op haar handen rusten en vroeg: ‘Weet je wat ik tijdens de lockdown heb ontdekt?’ ‘Nou?’ vroeg ik nieuwsgierig. Er kwam een lichtende glans in haar ogen waaraan ik zag dat ze met iets ging komen waar ik wat aan kon hebben. ‘Ik heb Frank ontdekt.’ ‘Wat?’ riep ik uit. ‘Wat heb jij ontdekt?!’ ‘Frank,’ gniffelde ze. Mijn hoofd ratelde alle kanten op. Haar man heet geen Frank en ik had niets gehoord over een uitgedoofde relatie. ‘Wat bedoel je daarmee? Wie is hij en wat doet hij met je?’ Ze lachte nog harder om mijn verbijsterde gezicht. Ik snapte er niets van. Gertie vond zichzelf zo grappig dat ze haar buik vasthield. Haar lach werkte zo aanstekelijk dat ik niets anders kon dan meelachen.

‘Wel,’ zei ze, nog ietwat nasnikkend van de lach. ‘Frank geeft online meditatietrainingen. Nee, niet meteen zo sceptisch kijken! Hij neemt je op een hele fijne manier mee door de meditatie. En je hoeft niet in een lotushouding!’ En daar had ze me. Kaarsrecht opzitten op zo’n kleurrijk kussentje is voor mij een onmogelijke houding om een half uur vol te houden. En van wierook moet ik hoesten. Het hield me altijd tegen, omdat ik me niet voor kon stellen dat je daar relaxed van kon worden. Maar terwijl ik met een verbaasde blik naar Gertie keek, zag ik dat ze echt veel ontspannener was dan een paar maanden geleden. Ik besloot me open te stellen en de gratis proeflessen te gaan volgen.

Toch ietwat ongemakkelijk ging ik de volgende dag voor de computer zitten en opende de lessen. Een man (Frank) met een zachte, heldere stem begon tegen me te praten. Hij zei dat ik zo comfortabel mogelijk mocht gaan zitten. Ik mocht zelfs gaan liggen als ik dat wilde. Hij nam me mee naar een voor mij tot dan toe onbekende wereld: het bewuste ademhalen. Hij vertelde me dat er gedachten mochten zijn. Het leek me altijd zo moeilijk om géén gedachten te hebben — dat was voor mij precies de reden om er nooit aan te beginnen. Hoe kun je nou gedachteloos zijn? Het leek mij onmogelijk. Volgens Frank is het dat ook. Als er een gedachte komt, zeg je in je hoofd: ‘gedachte’. Komt er een geluid, dan zeg je: ‘geluid’. Bij een pijntje zeg je: ‘pijn’. Je neemt het gewoon waar, zonder er een oordeel over te hebben.

Vanaf de allereerste keer voelde ik me minder vermoeid. Het was alsof mijn hoofd en mijn lijf van binnenuit werden schoongespoeld met spuitwater. Na twee weken bewoog ik al makkelijker. In ieder geval maakte ik me minder druk en liet ik de dingen meer op me afkomen.

Gisteren was Gertie er weer. Ze vroeg: ‘Hoe gaat het eigenlijk met je meditaties?’ Bevrijd kijkt ik haar aan: ‘Heel goed. Ik kan niet meer zonder. Alleen mijn man is een beetje jaloers op Frank als ik zeg dat ik een Frankje ga doen.’ Schuddebuikend van het lachen beseffen we beiden dat we een nieuwe weg zijn ingeslagen.

Liefs,

Moniek

Ontdek ook mijn debuutroman

Naast columns verschijnt in oktober mijn eerste boek: De discipel in de zandbak. Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.