Kopje goudsbloemthee

Een column over vertraging, ongevraagd advies en de kunst van het beleefd blijven.

Elke handeling gaat vandaag trager dan ik zou willen. Vooral de woorden die uit mij komen, lijken voor mijn gevoel steeds vertraagd naar buiten te rollen. Ik denk het wel, wil iets zeggen, maar het is net of ik ergens op een AAN-knop moet drukken voordat ik kan formuleren wat ik wil. Maar ja, het is zo!

Vervelender is dat ik vandaag een eerste koffieafspraak heb met iemand die ik heb ontmoet bij een creatieve cursus die ik maar ben gaan volgen, en waarvan ik dacht dat het wel zou klikken. Een afspraakje is zo gemaakt, nietwaar? Het socialiseren gaat voor mij toch iets lastiger dan voor een gezond persoon. Maar als je bent verhuisd naar een andere plek, zul je ook als MS-patiënt je best moeten doen. Dus wacht ik braaf met een kopje koffie en een stukje koek op de dame in kwestie.

Vrolijk doe ik de deur open.

‘Hee, wat leuk dat je er bent. Kom binnen!’

Met een heleboel woorden laat ze weten hoe mooi ik wel niet woon. Ik ben het roerend met haar eens.

‘Ga zitten, dan schenk ik een bakje voor je in.’

Ze gaat zitten en steekt enthousiast van wal. Ik kan er geen speld tussen krijgen. Elke keer als ik wil inhaken, is zij alweer meters verder. Eigenlijk komt me dat stiekem wel goed uit. Af en toe knik ik lief en ratelt zij vrolijk door. Dan komt ze als vanzelf op de kwalen die zij ondervindt van de overgang. Ik schuif ietwat ongemakkelijk op de bank. Zij weet (nog) niet dat ik MS heb. En ik wil de overgang zeker niet bagatelliseren, maar volgens mij scheelt het toch wel als je, zoals ik, al door de wol geverfd bent. De vele ziekenhuisopnames flitsen door mij heen; die opvliegers kunnen er dan ook nog wel bij.

‘En ik ben ook steeds zo moe sinds de overgang. Heb jij dat ook?’

Oef, nu moet ik antwoord geven. Koortsachtig bedenk ik wat ik ga zeggen. Ik kan gewoon ja knikken, maar stel je voor dat ik haar vaker ga zien? Dat het wellicht een goede kennis van mij wordt? Moet ik dan niet open kaart spelen? Van de buitenkant zie je immers niet dat ik te maken heb met een venijnige, chronische ziekte. En ik wil ook niet dat mensen me anders gaan behandelen als ze weten dat ik MS heb. En toch zal zij moeten weten dat ik soms echt niet kan, en dat ik daardoor wellicht minder betrouwbaar ben in het nakomen van afspraken.

Ik neem een diepe teug adem en zeg: ‘Eerlijk gezegd ben ik heel vaak erg moe, want ik heb MS.’

Zo, dat is eruit. Er valt een hele piepkleine stilte.

‘O, dan moet je een kopje goudsbloemthee nemen.’

Verbijsterd kijk ik haar aan. ‘Wat ben jij een ongelofelijke domme tut,’ denk ik, zeg ik niet. ‘Zal ik jou eens een tik op je domme hersenpan geven?’ denk ik, doe ik natuurlijk niet en zeg ik niet.

Ik haal nog eens diep adem en zeg met mijn meest vriendelijke gezicht: ‘Ik ga het proberen, dank je wel voor de tip.’

Ze is inmiddels alweer aanbeland bij het feit dat ze ’s nachts niet kan slapen. Ik luister en vind het heel naar voor haar. Gelukkig staat ze even later op en zegt ze dat ze het zo gezellig kletsen vond met mij. Ik niet met haar. Dat denk ik maar, dat zeg ik niet.

‘Zullen we nog eens afspreken?’ vraagt ze.

Ik trek mijn schouders op en zeg: ‘Wie weet.’

Ik zwaai haar uit en rol direct mijn bed in.

 

Ontdek ook mijn debuutroman

Naast columns verschijnt in oktober mijn eerste boek: De discipel in de zandbak. Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.