Door het oog van de naald.

Een column over de willekeur van MS, het wissen van stappen en de weg terug naar het bos.

De MajeSteit heeft me, na een lange tijd van rust, weer eens uitgeschakeld. Ik ben beland in het ziekenhuis omdat de linkerkant van mijn lijf het niet meer doet. Rust is het devies. Ik wil ook niets liever dan dat, maar ziekenhuizen staan er niet echt om bekend dat je er tot rust komt. Lig je net even te dutten, komt er weer iemand langs die je zo graag wil verzorgen dat je er bijna tureluurs van wordt.

Ze vraagt of ik iets wil drinken.

‘Ik hoef niks,’ mompel ik, ver weg ergens in dromenland.

‘Niks verkopen we niet!’

Ergens in mijn brein gaat een belletje af dat ik wel iets moet zeggen, omdat ze anders blijft aandringen. Oké, ik snap dat je wil dat een patiënt goed drinkt, maar je zou ook gewoon een glas water neer kunnen zetten. Blijkbaar zijn orders orders en moet je als patiënt een bestelling doorgeven.

‘Doe maar een glas water,’ zucht ik, en ik duw mezelf weer overeind.

Uit verveling pak ik mijn mobiel er maar weer eens bij. Daarop staat een stappenteller. Ik scrol er naartoe en zie mijn prestaties van de afgelopen tijd. Uit de geschiedenis kun je opmaken dat ik nogal fanatiek aan het wandelen was met mijn hond. Op mijn hoogtepunt staan er toch echt meer dan tienduizend stappen. Maar nu ben ik voorlopig gekluisterd aan een rolstoel en andere hulpmiddelen. Mijn vinger glijdt over het scherm en ik druk op ‘verwijderen’. Mijn hele wandelgeschiedenis wordt gewist.

‘Zo, dat is dat,’ zeg ik, en ik kijk vanaf mijn bed naar buiten. Ik wil hier niet zijn. Ik wil thuis zijn. Het is me te vaak, te veel. Mijn hand twijfelt bij het belletje, maar ik druk toch en dien het verzoek in om naar huis te mogen. Thuis zal ik beter slapen, en mijn man heeft vakantie, dus die kan me helpen. Met enige tegenzin vanuit het ziekenhuis word ik ontslagen.

Eindelijk slaap ik; het is alsof mijn leven ervan afhangt, en misschien is dat ook wel zo. Drie dagen later hijs ik mezelf uit de rolstoel op de rollator en stuntel ik toch echt naar buiten. Wat is een rollator toch eigenlijk een fantastische uitvinding. Ben je moe, dan ga je gewoon even zitten. Na honderd meter te hebben gestunteld kom ik puffend weer binnen. Maar ik héb het wel gedaan!

En zo train ik een paar dagen verder. Rusten en in actie komen. Balans houden. Goed luisteren naar je lijf. Niet bang zijn, go girl. Zinnetjes die door mijn hoofd blijven zingen — vooral dat je niet bang moet zijn om te vallen. Dan pak ik twee krukken. Zowaar, ik stiefel met twee krukken! Van twee krukken ga ik naar één kruk. Mijn man heeft nog steeds vakantie en ik stel voor om naar het bos te gaan. Ik pak mijn wandelstok en langzaam maar zeker loop ik weer. Wederom door het oog van de naald. Wederom heb ik het gered om weer te kunnen lopen.

Ik pak mijn mobiel en activeer mijn stappenteller.

 

Ontdek ook mijn debuutroman

Naast columns verschijnt in oktober mijn eerste boek: De discipel in de zandbak. Een meeslepend verhaal over een verhuizing van het Drentse platteland naar Hoogeveen, de boerenopstanden van 1963, Kamp Westerbork en de bewonderenswaardige flexibiliteit van de mens.

Maak jouw eigen website met JouwWeb